Thursday, 28 February 2008

Bijna op weg naar Nairobi

Even, heel even was ik terug op Keniaans grondgebied. Maar het duurde tien minuten. Hooguit.

De ambassade in Den Haag. De Keniaanse vlag wappert uitnodigend. Het visum voor Kenya had ik natuurlijk al lang in mijn bezit. Maar volgens dat visum had ik vóór 1 maart in het land moeten arriveren. Dus belde ik om uit te leggen dat ik vanwege de veiligheidssituatie nog niet had kunnen afreizen. Overleg met de Immigrations Officer (“Hang on, dear!”). Gelukkig, mijn inreisdatum kan verlengd worden, “no problem”. Moet ik wel even langs komen.
Daar sta ik dan met mijn paspoort. Even terug op Keniaans grondgebied. Helaas, de Officer is net de deur uit. “Sorry, dear.” Of ik later terug kan komen? Dat is een beetje lastig, want ik heb verder niet zoveel te doen in Den Haag. Gelukkig kan mijn pas met verse stempels ook op de aangetekende post.
“Asante sana,” bedank ik de dame op de ambassade. “Karibu, dear!” glimlacht zij. Ja, ik was écht weer even in Kenya.

Een voorzichtige eerste stap, opnieuw op weg naar Nairobi. Dit keer definitief, hoop ik. Mijn hoop wordt bevestigd door het succes van Kofi Annan’s onderhandelingen. Mwai Kibaki en Raila Odinga tekenen er eindelijk voor om de macht te delen.
De twee mannen zijn het met elkaar eens. Nou de rest van de 36 miljoen Kenianen nog. Hopelijk kunnen zij zich ook vinden in dit compromis. En kunnen de wonden langzaam geheeld worden. Samen met de ontwrichte economie. “Back to normal!” – de grootste wens van iedere Keniaan.

Monday, 4 February 2008

Net als in de film

To be in Kenya, or not to be in Kenya, that is the question. Behoorlijk frustrerend! Of, zoals iemand uit mijn achterban het verwoordde: “Je zult vast het gevoel hebben in een heel slechte film te zijn beland. Eén waar je zó naar uitkeek, maar die nu compleet anders loopt en waar je niets aan kunt doen.”
Ooit was ik de gelukkige hoofdrolspeelster die schitterde in haar eigen remake van films over Kenya. Nu rest mij slechts een bijrol.

Scène 1: Out of Africa
Een dirtroad ergens in Noord-Kenya. We zijn in een 4WD op weg van Loyangalani (bij het Turkana meer) naar Maralal. Zoals altijd zit de auto propvol lifters – in deze afgelegen streek met weinig vervoer laat je natuurlijk niemand staan. Na een korte periode van regen is het zonnig. Het landschap is betoverend groen, de weg licht glooiend en droog. De laatste keer dat we een tegenligger zagen, is al meer dan een uur geleden. Ergens tussen de groene heuvels komt de vraag: “Wil jij een stukje rijden?” Een beetje benauwd kijk ik naar onze passagiers op de achterbank, maar die knikken me bemoedigend toe. Dus neem ik plaats achter het stuur. Onwennig, want het is lang geleden dat ik met links moest schakelen. Maar met de aanwijzigingen van mijn lief lukt het me de auto in beweging te krijgen. Even, héél even voel ik me Karen Blixen in Out of Africa: wow, ik rijd zélf door het Keniaanse landschap! Totdat ik na luttele kilometers een kuil iets te hardhandig rond en er iets in de vering van de 4WD knapt. Stapvoets rijden we verder, maar ik zit niet meer achter het stuur.

Scène 2: The Constant Gardener
Maralal. Met een groepje vrienden en familie zijn we te voet op weg naar het onderkomen van mijn schoonzus, even buiten het stadje. Overal op straat spelen groepjes kinderen. En die oefenen maar wát graag hun Engels op de mzungu. Uit alle hoeken klinkt met hoge kinderstemmetje de begroeting: “Hello, how are you!” Nu eens niet met onderliggende bedoelingen, zoals de ‘Gimme’-kids die wel hebben (“Gimme pen! Gimme sweet! Gimme shilling!”). Nee, deze kids willen alleen maar even contact maken. Als een soort mantra gaat mijn antwoord in de repeteerstand: “Hi, how are you!” Mijn zwager begint te grinniken: “It is like that scene from The Constant Gardener, when that lady is visiting Kibera!”
mzungu (Swahili): blanke

Scène 3: The White Masai
De lokale bus van Maralal naar Baragoi. Of nou ja, bús. Op een onderstel van een 4WD vrachtwagen is een cabine met krappe bankjes geplakt. De ‘bus’ gaat om de dag en is het enige ‘openbare’ vervoer naar het noorden. Dus zit hij werkelijk volgepakt met mensen die in Maralal inkopen hebben gedaan. We schudden en rammelen op weg naar Baragoi. Bij de laatste stop vóór Baragoi, in een klein dorpje, is het een drukte van belang. Iedereen wil het stukje tot de eindhalte mee, ongeveer een uur verder. En maakt dat met véél kabaal kenbaar. Geduw en getrek, de meest brutalen wurmen zich de bus in. Nu is ook het gangpad propvol. Een klein meisje, dat al die tijd op de grond in het gangpad naast haar Turkana moeder heeft gezeten (waarschijnlijk is er slechts geld voor één zitplaats), komt in het gedrang. Moeder heeft haar handen vol aan haar baby-broertje, dus trek ik het kind bij mij op schoot. Als iedereen in de chaos min of meer zijn eigen plekje heeft veroverd, gaan we weer op weg. Een groep jonge Turkana meiden, die massaal bezit heeft genomen van bijna het gehele vloeroppervlak, begint als tijdverdrijf vrolijk te zingen. En zo hobbel ik verder, met een kleine Turkana spruit leunend op mijn schoot, stemmige Turkana klanken in mijn oren en zicht op een stukje savanne waar een gerenuk en een dik-dik paartje wegspringen. Het is warm, ongemakkelijk en stoffig, maar dít is een moment van puur Afrikaans geluk.
gerenuk: soort antilope, met lange nek
dik-dik: soort kleine antilope, dat altijd in paartjes leeft

Those were the days. Now back to reality.
Het filmscript voor mijn grote avontuur is aangepast. De komende vier weken ben ik in ieder geval nog in Nederland. Skillshare vindt de situatie in Kenya voorlopig te onstabiel en onveilig. Dus is er een timeout, even rust in het gestress van steeds aangepaste vertrekdata en in- of uitpakken. Kofi Annan en zijn ‘African wise men’ zijn druk bezig om de huidige crisis in Kenya op te lossen. En over vier weken bekijkt Skillshare de situatie opnieuw. Ondertussen begin ik mijn uitzending alvast op afstand, met online support. Wat ik me daarbij moet voorstellen, zal de komende weken blijken.

Quote of the day:
“Subira ni ufunguo wa faraja” (Swahili gezegde)
vertaling: Geduld is de sleutel tot kalmte